De bouw van het nieuwe treinperron op station Amsterdam Zuid is afgerond. Boven de Brittenpassage is een extra perron gerealiseerd voor de sporen 1 en 2. Hierdoor reden er tot 27 maart minder treinen van en naar het station, maar vanaf deze datum is het perron weer volledig in gebruik en wordt de normale dienstregeling hervat.
Bouw succesvol afgerond
De werkzaamheden verliepen volgens planning. Bouwcombinatie Nieuw-Zuid (Mobilis, Boskalis en Van Gelder) heeft in eerdere fases de wanden van de Brittenpassage verstevigd, waarop het nieuwe perron is gebouwd. Inmiddels zijn de bovenliggende constructiewerkzaamheden afgerond en kunnen reizigers vanaf 27 maart weer gebruikmaken van het nieuwe perron.
Het nieuwe perron is opgebouwd uit een stalen constructie met prefab betonnen platen. Hierop is een wapening aangebracht, gevolgd door een gestorte betonlaag. Dit zorgt voor voldoende draagkracht, niet alleen voor de reizigers, maar ook voor de toekomstige perronkappen. Zodra het beton volledig is uitgehard, start de afwerking, inclusief de plaatsing van een glazen plafond boven de Brittenpassage. Dit zorgt voor natuurlijke lichtinval in de nieuwe passage. De perronkappen worden later in 2025 geplaatst.
Tweede treinperron voltooid
Eerder, in januari 2025, werd op dezelfde wijze het perron voor de sporen 3 en 4 voltooid. Dit verving het tijdelijke perron boven de Brittenpassage. Daarnaast werd tussen 12 en 26 maart een spoor buiten dienst gesteld voor groot onderhoud aan de verbinding richting Schiphol. Tijdens deze periode is de extra beschikbare tijd benut om de werkzaamheden aan het nieuwe treinperron af te ronden.
Uitbreiding station Amsterdam Zuid
Station Amsterdam Zuid groeit in reizigersaantallen en wordt klaargemaakt voor de toekomst. Een belangrijk onderdeel hiervan is de uitbreiding met de Brittenpassage, die uiterlijk in 2027 in gebruik wordt genomen. Zodra deze extra toegang gereed is, zal ook de Minervapassage worden aangepakt. De verbeteringen dragen bij aan een efficiëntere en ruimere stationsomgeving, passend bij de toenemende mobiliteitsbehoefte van de regio.